.: Vlaco :.
 
  
.: Vlaco :.
Tuinaanleg
 
  Aanleg van de tuin
 


beeldEen nieuw gazon aanleggen doe je best in de herfst of in de lente.

Bij de (her)aanleg van een tuin krijg je een unieke kans om meteen ook de bodem eens goed onder handen te nemen. Problemen met een te harde, te arme of te droge grond kunnen door bodemverbetering aangepakt worden. Eenmaal het gazon er ligt, de haag geplant en de bomen op hun plaats, kan je de grond enkel van bovenuit nog bijwerken. Voor een grondige gezondheidskuur is het dan te laat.

Bij een bodemverbetering worden 750 à 1500 kg compost (of 1 tot 2 m3) per are in de bovenste bodemlagen ingewerkt, meestal met een grondfrees. De tuingrond krijgt hiermee een basis aan organische stof waardoor een goede structuur voor twintig jaar verzekerd is.

De compost kan hiervoor met een vrachtwagen thuis geleverd worden. Voor een kleinere tuin kan je de compost ook zelf met aanhangwagen ophalen. Met een kruiwagen verdeel je de compost in hoopjes over de aan te leggen tuin. Met een hark kan je ten slotte de hoopjes over het ganse tuinoppervlak uitspreiden vooraleer ze in te werken. Verwijder zeker ook alle onkruiden en onkruidwortels. Door in kleine pasjes stevig over de grond te lopen, kan je de bodem extra aandrukken en eventuele luchtzakken verwijderen. Bij grotere terreinen werk je best met een rol. Voor een ideaal zaaibed herhaal je het harken en stappen (of rollen) enkele malen in verschillende looprichtingen. Als afwerking kan je het zaaibed een laatste keer licht harken. Het terrein is nu klaar voor het zaaien.

Het is van groot belang een zaadmengsel te gebruiken dat aangepast is aan de grondsoort en aan het toekomstige gebruik van het gazon. Er zijn speciale zaadmengsels voor schaduwtuinen of voor tuinen met een intensief gebruik. Een mengsel met twee of drie soorten, of ten minste twee of drie variëteiten van hetzelfde gras, verhoogt de tolerantie van je gazon voor hitte, droogte en plagen. De mengsels met raaigras leveren over het algemeen sterk gras. De mengsel zonder raaigras zijn meer geschikt voor decoratieve (maar fragielere) gazons. Een recente, interessante ontwikkeling zijn de grasmengsels met traaggroeiende grassoorten. Hierdoor kan je flink op het aantal maaibeurten besparen. Deze grassen vragen eveneens minder bemesting en verminderen de berg grasmaaisel op je composthoop (of in je afvalcontainer).

Het gras moet gelijkmatig (35-70 gram per m2) worden gezaaid in de ondiepe voortjes die door de hark zijn achtergelaten. Wie te weinig zaad gebruikt, zal een te dun gazon krijgen. Ben je te kwistig met het zaad, dan zullen de zaailingen elkaar verstikken. Bereken de oppervlakte van het hele zaaibed en weeg dan de benodigde hoeveelheid zaad af. Verdeel vervolgens het zaad in twee gelijke porties en zaai de ene helft in door in de lengterichting over het zaaibed te lopen en de andere helft in de breedte. Je kan natuurlijk ook het terrein met behulp van paaltjes en touwen in gelijke stukken verdelen en in elk deel de juiste hoeveelheid zaad zaaien. Beide methoden zijn geschikt om gelijkmatig te zaaien.

Hark het zaad vervolgens licht in de bovenste grondlaag. Na 7 à 10 dagen zal het zaad ontkiemen en kan je de zaailingen zien opschieten. Door nu voorzichtig te gaan walsen, kan je verhinderen dat de kleine kiemplantjes de grond oplichten. Gebruik een lichte tuinwals, bij voorkeur bij droog weer. Je wacht ook best tot de gekiemde grasplantjes minstens 5 cm groot zijn.Het gras wordt voor de eerste maal gemaaid wanneer het ongeveer 7 cm hoog staat. Een maaier met scherp mes is essentieel. Stel de maaier in zodat ongeveer 2,5 cm van het gras wordt afgemaaid. Dit zal de graszaailingen doen uitstoelen (dwz dat ze aan de grond zijloten krijgen). Ook nadien maai je het gras best niet korter dan 4 cm. Als je het gras korter maait, zal de zon gemakkelijker doordringen tot op de bodem. De bodem zal dan gemakkelijker uitdrogen en verharden, waardoor ook de grasplantjes het bij droogte sneller moeilijk zullen krijgen.

Begin niet met gieten als je geen kans ziet om die gietbeurten vol te houden. Vaak weinig water geven maakt gras alleen vatbaarder voor droogte doordat het de vorming van korte wortels stimuleert. Als het toch een tijdje droog blijft, geef je beter één maal grondig water dan vele keren een klein beetje. Begiet daarom het gras (of laat een sproeier werken) tot het water begint weg te stromen. Wacht vervolgens een uur om het water diep te laten doordringen en herbegin met gieten tot opnieuw het water begint weg te stromen.

 

  Welke tuin wil je?
 


beeldGa bij het aanleggen van je tuin bedachtzaam tewerk.

Bedenk goed waarvoor je de tuin wil gebruiken:

- Wil je er kinderen in laten ravotten of wil je een geniet-tuin?
- Kies je voor privacy of wil je zicht op landschap bewaren? ?
- Hou je van mooie en zeldzame planten? ?
- Steek je graag de handen uit de mouwen of kies je voor een onderhoudsarme tuin? ?
- Moet er plaats zijn voor schommel, moestuin, tuinbank, ...?
- Ben je een zonneminnaar of heb je graag wat schaduw? ?

Een tuinarchitect is ideaal geplaatst om al je wensen in een perfect tuinontwerp te gieten. Een goed ontwerp zorgt voor een mooie tuin net na de aanleg, maar ook tien jaar later als alle bomen en struiken goed zijn uitgegroeid. ?

Wil je je toch aan tuinaanleg wagen, dan ga je best stap voor stap tewerk. Geef jezelf de tijd om je tuin te leren kennen. Wie alles in het eerste jaar aanplant, komt meestal nadien tot het besef dat hij het liever anders had gedaan.

 

  De basis
 


Een tuin begint nooit vanaf nul. Sommigen hebben het geluk te kunnen starten vanaf een bestaande tuin. Ook al deelde de vorige eigenaar niet jouw smaak, wellicht zijn er enkele mooie bomen of struiken die je nieuwe tuin structuur kunnen geven.
Jonge bomen en plantjes zijn aardig, maar geven weinig karakter en … schaduw.

Naast bestaande planten, zijn er ook de andere elementen die je tuin bepalen:

- De oriëntatie: het warme zuiden, het natte westen of het koude noorden?
- De bodem: zand, leem of klei?
- Zon of schaduw (door bodem, gebouwen, …)
- Locatie dicht bij zee of diep in het binnenland …

Bij de keuze van je planten dien je hiermee telkens rekening te houden. Zoniet krijg je ongezonde planten en veel werk.

- Aan locatie en oriëntatie kan je natuurlijk weinig veranderen.
- Wanneer beplanting uit je eigen tuin een te grote schaduw werpt, kan je kiezen om een of meerdere bomen te verwijderen.
- Ook de nadelen van het plaatselijk bodemtype, kan je door een bodemverbetering verminderen.


  Ideale tuingrond
 


beeld

Planten zijn afhankelijk van de bodem voor

- Voedingsstoffen
- Water
- Lucht
- Steun


Een bodem moet daarom evenwichtig zijn samengesteld.
Bij de tuinaanleg moet daarom vooral gekeken worden naar een goede structuur, zodat de bodem luchtig genoeg is en voldoende water ophoudt.

Volgende problemen kunnen zich met niet-verbeterde bodems voordien:

- Te zandig: de planten drogen te snel uit
- Te hard: de bodem is moeilijk te bewerken, het water dringt niet in.
- Te arm: onvoldoende humus in de bodem (na graafwerken)
- Te nat: door een te hoog klei-gehalte of een ondoordringbare laag.

Bijna alle bodemproblemen kunnen opgelost worden door voor de tuinaanleg extra humus aan de bodem toe te voegen. Bij een goede bodemverbetering is de bodem voor tientallen jaren voorzien van de nodige humus.
Bemesting kan gemakkelijk nadat de tuin werd aangelegd, voorheen is vooral bodemverbetering van belang.

 

  Bodemverbetering
 


Bij een bodemverbetering wordt de toplaag uit je tuin gemengd met een grote hoeveelheid vruchtbaar humeus materiaal. Verbeteren van tuingrond is te verkiezen boven het aanvoeren van teelaarde. De vruchtbare laag kan dieper gaan en er is geen scherpe grens tussen beide lagen.

Een ideale grondstof voor bodemverbetering is compost.

Compost:

- bevat hoge gehaltes aan stabiele humus
- bevat voldoende traagwerkende stifstof en fosfor, zonder dat je tuin overbemest wordt
- is vrij van onkruidzaden en ziektekiemen
- is gemakkelijk te hanteren
- stimuleert het bodemleven
- is goedkoper dan turf

Afhankelijk van de bestaande beplanting en het bodemtype wordt er best een ploeg of zware of lichte frees gebruikt om eerst de bodem om te werken en daarna de compost onder te mengen.

Hoeveelheden compost:

- 2000 kg per are bij arme of zware gronden
- 1200 kg per are bij renovatie van tuinen

Bij gebruik van groencompost of indien tussen de bodemverbetering en het inzaaien meer een maand tijd gelaten wordt, kan de dosis tot 50 % verhoogd worden.


  Planten van struiken en bomen.
 


beeld

Herfst en winter (buiten de vorstperiodes) zijn bij uitstek de seizoenen om nieuwe struiken of bomen in de tuin aan te planten. De planten zijn in rust waardoor ze bij het verplanten minder 'gestoord' worden. Wortels hervatten daarnaast in de lente sneller de groei dan takken en bladeren, en moeten dus tijdig aangeplant worden.

Het grootste gevaar bij pas aangeplante bomen en struiken is watertekort en uitdroging. Pas als de wortels ver genoeg in de bodem zijn doorgedrongen, zal de struik volledig op eigen 'voeten' kunnen staan. In tussentijd moeten we het de plant en haar wortels zo gemakkelijk mogelijk trachten maken. Dat kan door de grond in de plantput aan te rijken met ca. 20 % compost.

Compost zorgt voor een lossere bodem waar plantenwortels gemakkelijker doorheen dringen. Leem- en kleibodems kunnen vaak erg hard worden, waardoor (jonge) plantenwortels slechts heel moeilijk in de bodem kunnen dringen. Maak daarom de plantput meer dan groot genoeg. Een goede plantput moet minstens even breed zijn als de takken of kroon boven de grond. Meng de uitgegraven bodem heel grondig met compost (in de kruiwagen of op een karton). Plaats de plant in de plantput (eventueel ook een steun) en voeg er de aangerijkte bodem beetje bij beetje aan toe. Door tijdens het vullen van de put regelmatig een flinke scheut water in de put te gieten, kan je de bodem nauw bij de wortels laten aansluiten.
Zeker tijdens het eerste jaar hou je de bodem rond de struik of boom zoveel als mogelijk onbegroeid. Dat kan door er regelmatig houtsnippers of grasmaaisel rond te strooien. Door de toegevoegde compost blijft de bodem in de plantput langer vochtig en zal de struik zijn eerste zomer zonder problemen en met glans doorstaan. Compost bevat ook traagwerkende meststoffen waardoor de plant in de eerste levensjaren zeker is van voldoende voedingsstoffen. Eventueel kan je als basismeststof ook in de volgende jaren wat compost onder de boomkroon gooien. Zeker fruitbomen zullen dit extraatje met graagte ontvangen.

 

VLACO vzw | Kan. De Deckerstraat 37 | 2800 Mechelen